Elz Groen

Het ellendige van schilderen is de productie die je onvermijdelijk maakt.

Papieren en doeken (erger) stapelen zich op. Af en toe verkoop ik wat, wat dan weer in een vreemd huis aan de muur komt te hangen. Vind ik ook niet ideaal.

Verreweg het meeste eindigt omgekeerd tegen een muur in mijn atelier of in een la.

Ik hou wel van bijna elk schilderij wat zo eindigt.

Elk schilderij is een samenvatting van het hele proces wat eraan vooraf gaat:

Ik zie bijvoorbeeld een foto, die opwinding in me teweeg brengt. Flarden van herinneringen, verschillende gevoelens, beelden beginnen te rond te dwalen in mij, tot er een soort verlangen ontstaat dat in een beeld neer te zetten. Dan moet ik altijd nog een paar dagen wachten tot ik het niet meer hou. Dan ga ik schilderen. Kleuren, vegen, smeren, krassen. Lijnen, verhoudingen, vormen. Ik wacht al ploeterend op het gevoel dat het klopt. Als ik dat gevoel heb, is het schilderij af, denk ik dan. Meestal na een dag of 2. Loop ik groots en opgetogen mijn atelier uit. Zie ik het de volgende dag terug, dan denk ik: Dit is echt helemaal niks, niks, niks.

Ga ik er soms met de witkwast overheen, begin opnieuw…..

Na een maand ben ik meestal wel zover dat ik echt denk : “ja” en een korte fase van verliefdheid heb. Als de verliefdheid gezakt is: Ach, t is niet groots. Tis te veilig. Het is niks vergeleken bij de schilders die ik zo prachtig en geweldig vind, die op een of andere manier precies zeggen wat ik zou willen zeggen, maar niet kan. Maar al ben ik niet meer verliefd; ik hou wel van mijn laatste schilderij.

En zo groeit de voorraad. Verscheuren? Verbranden? Het onderwijs ingaan dan maar?

Ach nee, voorlopig nog maar even leven met de zinloosheid en futiliteit van pogingen, terwijl het heelal zich aan alle kanten oneindig en onvoorstelbaar uitstrekt.